|
Doelgroep:
De doelgroep wordt gevormd door mensen
die op of onder het sociale minimum moeten leven en / of een
schuldsanering hebben. Hulp wordt in principe verstrekt zolang
een en ander noodzakelijk is. Alhoewel een aantal regels noodzakelijk
zijn, is de hoofdregel dat de Stichting en haar medewerkers
op menselijke wijze en zoveel mogelijk vanuit het hart hulp
proberen te bieden, binnen de daartoe aanwezige mogelijkheden.
De hulp die de stichting kan bieden is vooral bedoeld om mensen
een steuntje in de rug te geven bij het oplossen van hun o.a.
financiële en sociale problemen, zodat zij weer de mogelijkheid
krijgen om een volwaardig deelnemer van onze maatschappij
te worden.
De Nationale Armoedemonitor
2005
Bron: SCP-publicatie
Wat is de definitie van armoede?
Armoede heeft in de eerste plaats te
maken met een gebrek aan geld. Daarom wordt meestal gekeken
naar de hoogte van het inkomen. Iemand met een laag inkomen
hoeft niet per definitie arm te zijn. Zo kan men geld of bezittingen
achter de hand hebben of kunnen de vaste lasten laag zijn,
waardoor er voldoende geld te besteden overblijft. Ook speelt
mee hoe lang men al van een laag inkomen moet rondkomen.
Enkele conclusies uit de Armoedemonitor
2005:
- Het aantal huishoudens met een laag
inkomen is sinds 2002 gegroeid, van bijna 580.000 tot naar
verwachting ruim 680.000 in 2005. Dat komt overeen met een
toename van 8,8% naar 10,5% van alle huishoudens. Voor 2006
wordt een daling voorspeld tot 9,7%.
- Het percentage huishoudens dat aangeeft
moeilijk rond te kunnen komen liep tussen 2001 en 2004 op
van 8% naar 13%. Meer lage inkomens zitten onder het bedrag
dat zij zelf minimaal noodzakelijk vinden (24% in 1999,
41% in 2004).
- In 2002 gaf 5% van de huishoudens
met een laag inkomen aan schulden te moeten maken, in 2005
is dat bijna 10%. Er is een toename van schuldhulpverlening,
schuldsanering, huurachterstanden, huisuitzettingen en incasso-opdrachten.
- Bij de Turkse, Antilliaanse en Marokkaanse
groepen hadden ongeveer drie op de tien huishoudens in 2003
een laag inkomen. Dat is vier maal zo veel als bij autochtonen.
Somalische, Afghaanse en Irakese huishoudens komen nog hoger
uit: meer dan de helft heeft een laag inkomen.
- De positie van ouderen heeft zich
de laatste vijftien jaar gunstig ontwikkeld. Het percentage
lage inkomens is bij 65-plussers inmiddels lager dan bij
de niet-gepensioneerden. 65-plussers hebben vergeleken met
jongeren minder te maken met materiële achterstanden, een
geringe toegang tot instanties en een onveilige woonomgeving.
- De 'armoedeval' maakt het in theorie
voor ongeveer een kwart miljoen huishoudens financieel weinig
aantrekkelijk om te werken. In de praktijk blijkt het effect
echter beperkt. Als mensen inkomensaanvullende regelingen
ontvangen (zoals de huursubsidie) leidt dat er op zichzelf
niet toe dat zij minder solliciteren, minder vaak werk aanvaarden
of hun arbeidsuren minder uitbreiden.
Hoe is armoede gemeten?
Armoede kan op veel manieren worden
gemeten. In dit rapport zijn twee inkomensgrenzen gebruikt.
De lage-inkomensgrens kwam in 2003 voor een alleenstaande
overeen met netto 10.200 euro per jaar (850 euro per maand).
Deze grens is geschikt voor vergelijkingen in de tijd, omdat
zij elk jaar gecorrigeerd wordt voor de inflatie. De beleidsmatige
grens ligt 5% boven de normbedragen in de bijstand, de AOW
en de kinderbijslag. Voor een alleenstaande jonger dan 65
was dit in 2003 gelijk aan netto 9.800 euro per jaar (820
euro per maand). Deze grens is van belang voor de doelgroepen
van het overheidsbeleid (minima). Naast de twee inkomensgrenzen
worden ook enkele aanvullende indicatoren voor armoede gehanteerd:
de duur van de periode dat men een laag inkomen heeft, de
vaste lasten, het oordeel over de eigen financiële situatie
en de aanwezigheid van schulden.
Meer huishoudens met een laag
inkomen
In 2002 lag de armoede op het laagste
punt sinds 1985. Van alle huishoudens had 8,8% een laag inkomen,
wat overeenkomt met 577.000 huishoudens. In 2003 is dit gestegen
tot 9,8% (642.000 huishoudens). Hiervan verkeerde één op de
drie langdurig onder de lage inkomensgrens. Dat houdt in dat
ruim 200.000 huishoudens met langdurige armoede te maken hadden.
De raming voor 2005 is dat het aandeel lage inkomens verder
oploopt, tot 10,5%. Nederland telt nu ruim 680.000 huishoudens
met een laag inkomen. De toename komt grotendeels door de
verslechtering van de koopkracht in 2003 en 2005. De oplopende
werkloosheid speelt een minder belangrijke rol.
Meer mensen komen moeilijk
rond
Na 2001 loopt het aandeel huishoudens
dat aangeeft moeilijk of zeer moeilijk te kunnen rondkomen
op, van 8% naar 13% in 2004. Bij de groep met een laag inkomen
stijgt dit van 27% naar 39% van de huishoudens. In de lage
inkomensgroep stijgt het percentage huishoudens met een inkomen
dat lager is dan het bedrag dat zij zelf minimaal noodzakelijk
vinden (24% in 1999, 41% in 2004).
Toenemende schuldenproblematiek
Van de lage inkomens gaf in 2002 ruim
5% aan schulden te moeten maken. In 2005 is dat bijna verdubbeld,
tot iets minder dan 10%. Er zijn vermoedelijk meer 'overlevingsschulden'
gekomen (vaste lasten die structureel te hoog zijn voor het
inkomen). Ook de 'aanpassingschulden', die ontstaan bij grote
veranderingen in het inkomen en/of de uitgaven, lijken gegroeid.
De stijgende werkloosheid en het moeizame gewenningsproces
aan de euro spelen daarbij vermoedelijk een rol. Er is een
toename in de verzoeken om schuldhulpverlening en de wettelijke
schuldsanering. Het aantal incasso-opdrachten en informatieaanvragen
bij het Bureau Kredietregistratie groeit. Ook zijn er meer
huurders met huurachterstand en huisuitzettingen, en wordt
er meer hulp verleend door kerken en voedselbanken. Een deel
van deze ontwikkelingen hangt ook met andere factoren samen:
het beleid ten aanzien van incasso, huur en uitzettingen is
strenger geworden, de bekendheid met schuldhulpverlening is
toegenomen, en de voedselbanken bestaan pas kort. Dit kan
waarschijnlijk niet de gehele ontwikkeling verklaren: de schuldenproblematiek
zelf lijkt de laatste jaren te zijn toegenomen.
SCP-publicatie 2005/16, Armoedemonitor
2005, Cok Vrooman (SCP), Henk-Jan Dirven (CBS), Arjan Soede
(SCP) en Rens Trimp (CBS) (red.). Den Haag: Sociaal en Cultureel
Planbureau, november 2005, ISBN 90 377 0206 6, prijs € .19,50.
De publicatie is verkrijgbaar bij de boekhandel of te bestellen
bij het SCP via fax 070 - 340 7044, e-mail: bestel@scp.nl
of via de website: www.scp.nl
|